Hooischuur
De hooilanden rondom het Leekstermeer zijn in de wijde omgeving altijd bekend geweest als de hooischuur van Drenthe.
Deze bekendheid ontleende het gebied aan de vele zogeheten ‘topgrasverkopingen’ die hier plaatsvonden.
Jaarlijks boden de boeren in het voorjaar en het begin van de zomer grote hoeveelheden gras te koop aan. Het gras werd, zoals men dat tegenwoordig noemt, ‘op staan’ verkocht: het groeide nog op het perceel en de koper moest het vervolgens zelf maaien.
De kopers kwamen voornamelijk van de armere zandgronden, vooral uit de omgeving van Roden en Norg, waar de beekdalgraslanden niet voldoende hooi opbrachten om het vee de winterperiode door te helpen.
In juni 1969 heeft de laatste ‘topgrasverkoping’ plaatsgevonden. Het einde van deze verkopingen valt samen met een duidelijke toename van de aankopen door Staatsbosbeheer. De eerste grondaankoop door Staatsbosbeheer dateert van rond 1964. Sindsdien is in de loop der jaren steeds meer grond verworven.
